Glucocorticoïdstressschema 

bij operaties en andere ingrepen bij  
patiënten met suppressie van de hypofyse-bijnieras.  

 Deze richtlijnen gelden voor de volgende groepen patiënten:

  1. Alle patiënten met een aangetoonde primaire of secundaire bijnier-schorsinsufficiëntie

  2. De volgende categorieën patiënten die prednison (of equivalente doseringen van een ander glucocorticoïd) gebruiken of gebruikt hebben :

Indien bij de groepen patiënten genoemd onder a of b de hypofyse-bijnierfunctie is getest en goed is, gelden deze richtlijnen niet. Er is sprake van een voldoende functionerende hypofyse-bijnieras indien de basale cortisolspiegel groter is dan 0,55 µmol/l. Indien de basale cortisolspiegel groter is dan 0,10 µmol/l doch kleiner dan 0,55 µmol/l dan dient een zogenaamde Synacthen® test plaats te vinden met 250 µg Synacthen® (tetracosactide). Een stijging van het cortisol na  30 minuten tot 0,550 µmol/l of een stijging van meer dan 25 %  t.o.v. van de cortisol waarde direct voorafgaande aan de toediening van Synacthen® sluit een primaire bijnierschorsinsufficiëntie uit. Een relatieve of betrekkelijk kort bestaande secundaire bijnierschorsinsufficiëntie is hier overigens niet geheel mee uitgesloten. 

Ingrepen

Grote operatie (bijvoorbeeld laparotomie, thoracotomie)

 

Kleine operatie (bijvoorbeeld liesbreukcorrectie)

 

Kleine ingreep (bijvoorbeeld bronchoscopie)

Tabel : corticosteroïdpreparaten 

naam van het preparaat

sterkte t.o.v. hydrocortison

 

 

cortison

0,8

hydrocortison

1

predniso(lo)n

4

triamcinolon

5

dexamethason

30

Literatuur :

MAL 12-1999

Revisie CEU 06/2006

Revisie NKE 10/2011