Protocol perioperatieve behandeling van diabetes mellitus bij volwassenen: 

Dit protocol voor het perioperatieve beleid rondom patiënten met diabetes mellitus in het Rijnland Ziekenhuis is afgestemd op de volgende uitgangspunten: 

1.    Buiten kantooruren zijn er geen artsen aanwezig in Alphen. Hierdoor is het onmogelijk een kwalitatief goed perioperatief beleid bij insuline afhankelijke diabetes patiënten uit te voeren op deze locatie. 
2.    Veel patiënten worden weken van tevoren voor operatie gepland. De operatieplanning is decentraal geregeld. Een gevolg hiervan is dat op het moment dat deze patiënten op de polikliniek preoperatief onderzoek worden gezien, zijn vaak noch operatietijd, noch operatiedatum bekend. Hierdoor is het onmogelijk een vorm van "zorg op maat" aan te bieden voor deze patiënten, waardoor er voor een uniform perioperatief beleid bij deze patiënten is gekozen.
3.    De regeling van glucosespiegel is doorgaans stabieler bij diabetes patiënten die orale medicatie gebruiken. Een uitzondering op deze regel zijn de patiënten die een preoperatieve glucosespiegel  > 20 mmol/l hebben. Dit is een teken van matig geregelde diabetes mellitus. Deze patiënten moeten een glucose/insuline infuus hebben.

3.1.   Als deze patiënten in Leiderdorp worden geopereerd, zal de operatie worden uitgesteld tot de diabetes beter geregeld is.
3.2.   Als deze patiënten in Alphen zouden worden geopereerd, zullen ze hun operatie op een latere datum in Leiderdorp moeten ondergaan.

Categorieën diabetes mellitus patiënten in het Rijnland Ziekenhuis 

Wat betreft de perioperatieve zorg, kan men vijf categorieën diabetes mellitus patiënten in het Rijnland Ziekenhuis onderscheiden. 

1. Dagbehandeling of kortverblijf patiënten die cataract operaties ondergaan onder locoregionale anesthesie.

Deze patiënten moeten niet nuchter naar het ziekenhuis komen. Zij moeten normaal eten, drinken, en hun diabetes behandeling voortzetten. Dus vallen zij buiten dit protocol en kunnen op beide locaties van het Rijnland Ziekenhuis behandeld worden.

2. Dagbehandeling en Kortverblijf in Alphen.

3. Dagbehandelingspatiënten in Leiderdorp.

Deze patiënten worden opgenomen, geopereerd en ontslagen op dezelfde dag. In principe kan de anesthesioloog de perioperatieve diabetes zorg van deze patiënten regelen. 

4. Klinische of Kortverblijf patiënten die op de dag van de operatie worden opgenomen in Leiderdorp.

Hiervoor zijn de schema's op de pagina's voor dagbehandeling en kortverblijf patiënten van toepassing. 

5. Klinische patiënten die reeds opgenomen zijn.

Deze patiënten zijn opgenomen. Ze zijn reeds onder de medebehandeling van een internist die ook verantwoordelijk is voor de perioperatieve diabetes behandeling. 

Perioperatieve behandeling van INSULINE-afhankelijke diabetes mellitus bij  patiënten die op de dag van de operatie worden opgenomen, (dagbehandeling, kortverblijf, klinisch).

Preoperatief - thuis:

1. Geen orale antidiabetica indien deze worden gebruikt.
2. Dag tevoren halve dosis avondinsuline spuiten (Glargine, Detemir, Insulatard)
3. Geen insuline en geen ontbijt gebruiken in de ochtend. Opnametijd – 07.30 uur.
4. Diabetes patiënten moeten in principe als eerste op het OK-programma komen.

Op de afdeling:

1.      Bij opname, glucosespiegel prikken en glucose dagcurve beginnen.
2.      Anesthesioloog waarschuwen bij glucose < 5 mmol/l, of glucose > 15 mmol/l.
3.      Een glucose-insuline infuus zal meteen geprikt worden met een insuline dosering afhankelijk van het normale dagelijkse insulinegebruik. Deze dosering staat vermeld op de anesthesielijst. Het prikken van het infuus zal in principe op de afdeling gebeuren, maar na overleg is het ook mogelijk in uitzonderlijke gevallen het infuus op de operatiekamer of verkoeverkamer te prikken.
3.1.   Patiënten met <30 EH insuline/dag - 500 ml glucose 5% oplossing + 8 EH Actrapid per 8 uur
3.2.   Patiënten met >30 EH insuline/dag - 500 ml glucose 5% oplossing + 12 EH Actrapid per 8 uur

Op de operatiekamer en verkoeverkamer:

1.      Glucose-insuline infuus voortzetten, met doseringschema:
2.      Glucose concentratie meten op de verkoeverkamer of op indicatie.

Postoperatief:

1.      Dagbehandelingspatiënten hervatten hun normaal schema zodra ze zelf in staat zijn dit te doen. Zodra zij gegeten hebben kan het infuus verwijderd worden. De patiënt wordt niet eerder ontslagen dan na tenminste twee uur nadat de eigen medicatie hervat is en de bloedsuikerspiegel bepaald is.
2.      Kort verblijf en klinische patiënten worden door de internist verder behandeld en gecontroleerd.

Perioperatieve behandeling diabetes mellitus patiënten behandeld met ORALE ANTIDIABETICA en subcutane incretines die op de dag van de operatie worden opgenomen, (dagbehandeling, kortverblijf, klinisch). 

Generische naam

Handelsnamen

Eliminatie halfwaarde tijd in uren

Aantal doseringen per dag

Klinische wekingsduur (uren)

acarbose

Glucobay

9,6

3

tot 8

glibenclamide

Daonil

2-5

1-2

24

gliclazide

Diamicron

6-20

1-3

12-24

glimepiride

Amaryl

5-8

1

tot 24

metformin

Glucophage

6,5

1-3

8-12

pioglitazon

Actos

5-6

1

tot 24

repaglinide

Novonorm

1

3

1-2

tolbutamide

Rastinon

8

2

6-12

sitagliptine

Januvia

12

1

24

exenatide

Byetta (subcutaan!)

2

1

12

liraglutide

Victoza (subcutaan)

13

2

24

vildagliptine

Galvus

3

1-2

24

saxagliptine

Onglyza

2,5

1

24

(ref Farmacotherapeutisch Kompas oktober 2011 www.fk.cvz.nl )

Preoperatief - thuis:

  1. Avond voor de operatie – normaal eten, normaal drinken, en normaal tabletten innemen. Bovenstaand tabel laat duidelijk zien dat het staken van tabletten de avond voor operatie niet nodig is, omdat het middel wordt of slechts 's ochtends ingenomen, of de werkingsduur zo kort is, dat de patiënten geen last zullen hebben op de dag van hun operatie.
  2. Bij operatie in de ochtend - geen orale antidiabetica m.u.v. de incretines en geen ontbijt. Opnametijd 0730 uur.
  3. Bij operatie in de middag - geen orale antidiabetica m.u.v. de incretines, maar wel normaal ontbijt tot 0830 uur. Opnametijd 0930 uur.
  4. Diabetes patiënten dienen in principe als eerste op het OK-programma te komen.

Op de afdeling:

1.      Bij opname, glucosespiegel prikken en glucose dagcurve beginnen.
2.      Anesthesioloog waarschuwen bij glucose < 5 mmol/l, of glucose > 15 mmol/l.glucose dagcurve beginnen. (N.B. bij glucose concentratie ? 20 mmol/l zal de operatie uitgesteld moeten worden i.v.m. der noodzaak de diabetes eerst beter te regulieren.)
Op de operatiekamer en verkoeverkamer:
1.      Glucose concentratie meten op verkoeverkamer en/of op indicatie.

Postoperatief:

1.      Dagbehandelingspatiënten hervatten hun normaal dieet en schema zodra ze zelf in staat zijn dit te doen.
2.      Kort verblijf en klinische patiënten worden verder door de internist verder behandeld en gecontroleerd.


 
Oorspronkelijk protocol opgesteld door G.M. Woerlee, aneshesioloog 06/2006. Revisie NKE 10/2011