(PRE)COMA DIABETICUM HYPERGLYCAEMICUM

De drie vormen van hyperglycaemisch coma:

Lichamelijk onderzoek

Speciaal letten op:

CAVE: foutieve zelftoediening, met name ook technische problemen bij insulinepompgebruikers.
(N.B.: bij coma kan ondertemperatuur voorkomen en leukocytose zonder infectie).

Programma

  1. bepaling van lactaat is soms nodig (zie melkzuur-acidotisch (pre)coma);
  2. Mg (bij onverklaarbare ritmestoornissen);
  3. Denk aan hyponatriëmie als gevolg van een uitgesproken hypertriglyceridemie.

Diferentiaal Diagnose :

Therapie

Keto-acidotisch (pre)coma

Criteria :

  1. plasma glucose > 14 mmol/l
  2. arteriële PH < 7,25
  3. bicarbonaat < 15 mmol/l
  4. ketonen in bloed verhoogd

Beleid :

N.B.1: Bij oudere patiënten en cardiale problemen: vochttoevoer op geleide van CVD
N.B.2: Bij gecorrigeerd Na > 142 mmol/l overschakelen van fysiologisch zout op NaCl 0,65% (111 mmol/l) snelheid 4-14 ml/kg/uur afhankelijk van mate en herstel van dehydratie.

CAVE : snelle glucosedaling. Overweeg een lagere insulinedosis. (0,05-0,1 E/kg/uur)

K-uitslag afwachten!

N.B.1: Controleer ECG en urineproduktie!
N.B.2: 13 mmol K ~ 1 g KCl (= 1 ampul van 10 ml).

 N.B.: Controleer pH en Kalium 30 minuten na NaHCO3 -toediening en herhaal eventueel toediening tot pH > 7,1.

P.M.1: Indien de toestand van de patiënt onverklaard slecht blijft: serumfosfaat controleren en indien serumfosfaat < 0,32 mmol/l dan 50-100 mmol intraveneus toedienen in respectievelijk 8-16 uur.
P.M.2: Controleer bij onverklaarbare ritmestoornissen Mg.

Niet-ketotisch hyperosmolair (pre)coma. (HHS oftewel Hyperosmolair hyperglycemisch non-ketotisch syndroom)

Criteria : 

  1. plasma glucose > 30 mmol/l
  2. arteriële PH > 7,30
  3. bicarbonaat > 15 mmol/l
  4. effectieve serumosmolaliteit > 320 mOsm/kg H2O
  5. Geen ketonurie van betekenis

Beleid

N.B.1: Bij gecorrigeerd Na > 142 mmol/l overschakelen van fysiologisch zout op NaCl 0,65% (111 mmol/l) snelheid 4-14 ml/kg/uur afhankelijk van mate en herstel van dehydratie.
N.B. 2: Dit infuusschema is slechts een richtlijn. Aangezien het totale vochttekort 12 liter kan bedragen, de polyurie aanvankelijk nog kan aanhouden en het vaak oudere patiënten (met cardiale problematiek) betreft, dient het infuusschema aangepast te worden aan de cumulatieve (!) vochtbalans en aan de CVD.

CAVE : de glucosedaling is bij goede rehydratie bij HHS(Hyperosmolair hyperglycemisch non-ketotisch syndroom) sneller dan bij DKA(Diabetische keto- acidose). Overweeg een lagere insulinedosis (0,05-0,1 E/kg/uur).

K-uitslag afwachten!

N.B.1: Controleer ECG en urineproduktie!
N.B.2: 13 mmol K ~ 1 g KCl (= 1 ampul van 10 ml).

Opmerkingen.

Melkzuur-acidotisch (pre)coma.

Vervolgtherapie:

(PRE)COMA DIABETICUM HYPOGLYCAEMICUM.

 

Criterium : 

Lichamelijk onderzoek.

Differentiaal Diagnose

Programma.

Therapie.

Opmerking

Bron : CBO richtlijn acute ontregeling diabetes mellitus, NIV, 2005

AKO 1-2000

Revisie CEU 06/2006 en 11/2011