- Diagnostiek DVT
- Diagnostiek LE
- Noot bij D-dimeer test
- Diagnostiek recidief LE
- Zwangere patienten
- Behandeling DVT en LE
- Ernstige longembolie
- Contra-indicaties LMWH
- Duur van behandeling
- Trombofilie-onderzoek
1) Diagnostiek diep veneuze trombose van de benen
Bepaal de voorafkans op een DVT door het afnemen van de klinische beslisregel
Klinische beslisregel volgens Wells bij verdenking Diepe Veneuze Thrombose |
|
|
Variabele : |
Punten |
|
Maligniteit (die reeds behandeld wordt of behandeld is in de laatste 6 maanden of palliatieve therapie) |
1.0 |
| Paralyse, parese of recente gips immobilisatie van de benen | 1.0 |
| Immobilisatie ( >=3 dagen), of grote operatie in de 12 voorafgaande weken waarbij algehele of lokale anesthesie is gebruikt | 1.0 |
| Gelokaliseerde pijn in het beloop van de diepe venen | 1.0 |
| Zwelling van het gehele been | 1.0 |
|
Verschil in kuitomvang sympt. been >=3 cm t.o.v. asympt. been (gemeten 10 cm onder tuberositas tibiae) |
1.0 |
| Pitting oedeem van het symptomatische been | 1.0 |
| Uitgezette oppervlakkige venen | 1.0 |
| Diep veneuze trombose in de voorgeschiedenis | 1.0 |
| Alternatieve diagnose ten minste net zo waarschijnlijk als DVT | -2.0 |
Algoritme 1
Bepaal D-dimeer :
≤ 500 ng/ml : DVT uitgesloten > 500 ng/ml : Algoritme 2 Algoritme 2
Echo been
Negatief: proximale DVT uitgesloten Positief: DVT, start antistolling Compressie-echografie heeft een sensitiviteit van 91 - 100%, een specificiteit 86 - 100% voor femoro-popliteale trombose bij klachten passend bij een DVT. Een geïsoleerde bekkenvene trombose of kuitvenetrombose kan bij echografie gemist worden. Indien echografie negatief is en er een hoge klinische verdenking bestaat, kan een seriële echografie worden overwogen (herhalen echografie na 1 week). D-dimeer: kan vals negatief zijn bij langdurige klachten (>20 dagen), bij gebruik van LMWH of ongefractioneerde heparine langer dan 24 uur. Het effect van orale antistolling op D-dimeren is onduidelijk. Flebografie (gouden standaard): indien klinisch sterke verdenking en bovenstaand onderzoek negatief of bij verdenking recidief trombose indien de echo inconclusief is. 2) Diagnostiek longembolie
Indien er een klinische verdenking is op een longembolie, is de diagnostiek als volgt:
maak altijd een X-thorax en ECG neem de klinische beslisregel volgens Wells af en bepaal of een patiënt een lage of een hoge verdenking op een longembolie heeft in principe dient de diagnostiek naar longembolie binnen 24 uur na het rijzen van de verdenking afgerond te zijn
| Klinische Beslisregel volgens Wells bij verdenking Longembolie | |
| Variabele : | Punten |
| Klinische tekenen en symptomen van diep veneuze trombose (minimaal zwelling vh been en pijn bij palpatie van de diepe venen) | 3.0 |
| Hartslag > 100/min | 1.5 |
| Immobilisatie (> 3 dagen) of chirurgie, in de 4 voorafgaande weken | 1.5 |
| Longembolie of diep veneuze trombose in de voorgeschiedenis | 1.5 |
| Hemoptoe | 1.0 |
|
Maligniteit (die reeds behandeld wordt of behandeld is in de laatste 6 maanden of palliatieve therapie) |
1.0 |
| Alternatieve diagnose minder waarschijnlijk dan een longembolie | 3.0 |
![]()
Noot bij Dimeertest
De D-dimeer test is niet gevalideerd bij zwangere patiënten met een verdenking longembolie en dient bij deze groep patiënten dan ook niet te worden bepaald. Bij post-operatieve patiënten is de D-dimeer uitslag veelal verhoogd. Verminderde opbrengst (dwz vaker vals-posititeve uitslag) patiënten opgenomen in het ziekenhuis maligniteit hartfalen COPD >75 jaar eerder thrombose of longembolie Diagnostiek recidief longembolie
De combinatie klinische beslisregel en D-dimeer test lijkt veilig te zijn in het uitsluiten van een verdenking longembolie Een CT scan is veilig in het uitsluiten van een verdenking recidief LE. Onduidelijk is of er sprake is van overdiagnostiek doordat men theoretisch oude thrombi voor nieuwe zou kunnen aanzien.
Zwangere patiënten
Bij zwangere patienten is de klinische beslisregel volgens Wells niet gevalideerd en dient daarom niet te worden gebruikt.Een D-dimeer is veelal verhoogd en is niet gevalideerd om als enige test te gebruiken in het uitsluiten van een longembolie.De diagnose longembolie kan worden uitgesloten middels een CT-scan of perfusie-scan. De foetale stralenbelasting van een CT scan is theoretisch lager dan die van een perfusiescan, maar beide testen kunnen worden gebruikt tijdens de zwangerschap. Er is een theoretische kans op een neonatale hypothyreoidie door contrast-toediening, dit is altijd goed behandelbaar en tijdelijk en wordt ondervangen door de hielprik die standaard in Nederland bij elk kind wordt uitgevoerd. Zowel voor de CT scan als de perfusiescan geldt dat er geen prospectieve studies voorhanden zijn die de veiligheid van een normale test hebben aangetoond.
Behandeling van een Diep veneuze trombose
≤60 kg: 1dd 0.5 ml tinzaparine (Innohep®) = 10.000 anti-Xa IE
60-80 kg: 1dd 0,7 ml tinzaparine (Innohep®) = 14.000 anti Xa IE
≥80 kg : 1dd 0,9 ml tinzaparine (Innohep®) = 18.000 anti Xa IE
≥ 100 kg dosering 175 IE per dag in ml tinzaparine®: ml= (Lichaamsgewicht -10) : 100
Behandeling van een longembolie
De behandeling van patiënten met longembolie vindt plaats in het ziekenhuis. Patiënten met ongecompliceerde, niet massale longembolie worden behandeld met subcutaan toegediende LMW heparine en coumarine derivaten. In het Rijnland wordt tinzaparine gebruikt als LMW heparine. Bij hoge verdenking op een longembolie (abnormale D-dimeer test of klinische score volgens Wells van meer dan vier punten) wordt, in afwachting van nadere diagnostiek, alvast met de LMWH gestart. Uiteraard worden bij deze besluitvorming de klinische conditie van de patiënt alsmede eventuele contra-indicaties voor antistolling meegewogen. Het coumarine derivaat (fenprocoumon=Marcoumar®) wordt pas na vaststelling van de longembolie gestart. Startdosering fenprocoumon: 12 mg (4 tabletten); voor oudere en zieke patiënten: 3 tabletten (9 mg). De LMW heparine dient te worden gecontinueerd totdat tenminste 5 dagen met coumarine is behandeld en een adequaat antistollingseffect is bereikt (2 dagen achtereen INR > 2.0 en stabiel ingesteld). Bedrust is obsoleet, de patient wordt geadviseerd te mobiliseren naar kunnen. Bij patiënten met een maligniteit dient te worden overwogen langdurig met LMWH te behandelen ipv met orale antistolling Ernstige longembolie
Bij ernstige longembolie met circulatiestoornissen dient intraveneuze ongefractioneerde heparine gegeven te worden in plaats van LMW heparine. Daarnaast dient fibrinolytische therapie te worden overwogen in overleg met dienstdoende intensivist (Alteplase; 10 mg oplaaddodis in 2 minuten, dan 90 mg in 2 uur, bij een lichaamsgewicht < 65 kg totale dosis maximaal 1.5 mg/kg). Ongefractioneerde heparinedosering: oplaaddosis 70 E/kg als bolusinjectie in 10 minuten intraveneus gevolgd door continu infuus 400 E/kg/dag (op geleide van APTT; APTT controle dient elke 4 - 6 uur plaats te vinden totdat de streefwaarde is bereikt (2-2.5 maal normaalwaarde APTT), daarna in principe 1 x daags).
Contra-indicaties LMWH
Uitzonderingen voor behandeling met LMW heparine zijn:
patiënten met een ernstig gestoorde nierfunctie (geschatte klaring < 30 ml/min) patiënten met een ernstig verhoogd bloedingsrisico Deze patiënten dienen behandeld te worden met ongefractioneerde heparine, waarbij bij patiënten met een sterk verhoogd bloedingsrisico een lagere streefwaarde wordt gehanteerd.
Duur van behandeling
De duur en intensiteit van de behandeling met vitamine K antagonisten (VKA) (coumarine derivaat) wordt bepaald door inschatting van het risico op een verergering of recidief van de diepe veneuze trombose of longembolie en het risico op een bloeding.
|
indicatie |
behandelduur |
therapeutische range |
eerste veneuze trombo-embolie (VTE) |
2.5 - 3.5 INR |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
recidief VTE tijdens adequate VKA |
1 jaar tot levenslang |
3.0 - 4.0 INR |
recidief VTE |
2.5 - 3.5 INR |
|
|
|
|
|
|
|
erfelijke risicofactoren |
||
|
een enkelvoudige erfelijke risicofactor is in principe geen reden om af te wijken van bovenstaand protocol |
|
|
||
|
||
|
- In het algemeen is er geen indicatie voor trombofilie-onderzoek aangezien de uitkomst hiervan geen consequenties heeft voor de duur van behandeling. Uitzondering hierop is lupus antocoagulans en anticardiolipine. In individuele gevallen kan van deze regel worden afgeweken.
Laag moleculaire heparines (LMWH) zijn, veel meer dan ongefractioneerde heparine, aangewezen op renale excretie. Bij patiënten met significante nierinsufficiëntie is de halfwaardetijd van LMWH dus verlengd(1).
In een meta-analyse bleken bij patiënten met een een kreatinineklaring van gelijk aan of minder dan 30 ml/min (volgens Cockroft en Gault of MDRD formule) verhoogde anti- factor Xa (aXa) spiegels te hebben en een verhoogd bloedingsrisico (2).
De CBO richtlijn “Diagnostiek, preventie en
behandeling van veneuze trombo-embolie en secundaire preventie van arteriële
trombose” adviseert het gebruik van ongefractioneerde
heparine bij patiënten met een kreatinineklaring van < 30 ml/min, met LMWH
als alternatief.
Bij het therapeutisch gebruik van LMWH bij een geschatte kreatinineklaring van < 30ml/min:
- is het wenselijk de initiële LMWH dosis te verlagen tot 75% van de normale dosis(3),
- na de derde gift LMWH een aXa-topspiegel te bepalen. Deze spiegel moet 4 uur na de derde gift worden afgenomen.
Bij een toediening van eenmaal daags moet naar een aXa-spiegel van 1,0 – 2,0 IU/ml gestreefd worden; Bij een tweemaal daags schema naar een aXA-spiegel van 0,6 – 1,0 IU/ml.
De contactpersoon op het CKCL is dr Bauke de Boer, klinisch chemicus, tel. nr. 28358.
Datum: 01-11-2007, aanvulling 17 oktober 2009, revisie 14 februari 2010, revisie oktober 2011
M. Nijkeuter
G.J.P.M. Jonkers
dr. M.J.F.M Janssen
Bronvermelding: