Tractus Digestivus Bloedingen
- Hematemesis : Wijst op bloeding uit slokdarm, maag of
duodenum. Indien het vers bloed betreft dan wijst dat op een actieve bloeding.
De ernst van de bloeding is dan o.a. afhankelijk van de hoeveelheid. Oud bloed
(zwart/zwartbruin) wijst meestal op een niet ernstige bloeding, die reeds tot
staan is gekomen.
- Melaena : Wijst op bloeding uit slokdarm, maag,
duodenum, jejunum. ileum of proximale deel van het colon.
- Haematochezie : Wijst op actieve ernstige bloeding uit
slokdarm, maag, duodenum, jejunum. ileum of proximale deel van het colon of een
(vaak) minder ernstige bloeding uit het resterende deel van het colon.
- Collaps/haemodynamische instabiliteit : ernstige
bloeding
- Anemie : Bij langer bestaand bloedverlies
Hoog : ulcus venticuli/duodeni, slokdarmvarices,
refluxoesofagitis, Mallory-Weiss laesie, neoplasmata, vasculaire malformaties,
aorto-enterale fistel bij aortaprothese, Dieulafoy.
Jejunum/Ileum (zeldzaam): Meckel's Divertikel, intramurale bloedingen bij
doorgeschoten antistolling, neoplasmata, vasculaire malformaties, IBD. Colon
: divertikels, neoplasmata, colitis, vasculaire malformaties. Anus : hemorroïden
en fissuren.
Ulcus klachten, reflux en dyspepsie klachten, eetlust,
vermagering, defecatiepatroon, medicijngebruik (NSAID's, acetylsalicylzuur,clopidogrel, COX2-remmers), alcoholgebruik,
antistolling (coumarinederivaten),
leverziekten, aortabroekprothese, hemostase.
Vitale functies(tensie, pols, bewustzijn), tekenen van chronische leverziekte (erythema
palmare, spider naevi, icterus, hepatosplenomegalie, ascites), tekenen
haemorrhagische diathese, rectaal toucher !
Hb/Ht, thrombocyten, INR (indien antistolling), bloedgroep en resusfactor, kruisbloed, ureum, kreat, Na, K, glucose,
leverenzymen en bilirubine. Verder labonderzoek op indicatie. ECG bij patiënten > 50 jaar
of op indicatie.
Blatchford Score
De Blatchford-score |
Risicofactor |
Waarde |
Punten |
| ureum (mmol/l) |
>6,5<8
>8<10
>10<25
>25
|
2
3
4
6 |
| Hb man (mmol/l |
>7,5<8,0
>6,2<7,5
<6,2
|
1
3
6 |
| Hb vrouw |
>6,2<7,5
<6,2 |
1
6 |
| Systolische bloeddruk (mm Hg) |
100-110
90-99
<90 |
1
2
3 |
| Overige parameters |
polsfrequentie >100/min
melena
collaps
leverziekte
hartfalen |
1
1
2
2
2 |
Patiënten met score van lager dan 2 of 3 kunnen poliklinisch worden behandeld
Primaire Vragen :
. Is er obstructie van de luchtwegen
. Is er actieve bloeding
. Is er haemodynamische instabiliteit
. Is er gebruik van anticoagulantia |
- De Eerste behandeling is gericht op haemodynamische stabilisatie en bewaking!
- Niets per os
- Één of twee liefst dikke infuusnaalden
- Bij haemodynamische instabliteit vullen met NaCl 0,9% en/of
plasmavervangend middel.
- erythrocytenconcentraat (in noodsituatie 0 neg ongekruist bloed)
- Let op aspiratie !
- Zuurstof bij shock
- Monitoring pols, tensie, urineproductie (>30 cc/uur), Hb, Ht. Bij ernstige actieve bloeding ook
thrombocyten, haemostase, Calcium, albumine, kreatinine, Na, K en urineproduktie.
- Bij persisterende haemodynamische instabiliteit of belangrijke comorbiditeit
dient de afdeling ICU laagdrempelig in consult geroepen te worden.
- Transfusiebeleid en beleid t.a.v. antistolling:
- Bij hemodynamische instabiliteit en tekenen van een massale bloeding altijd
erytrocytenconcentraat geven, ook als het uitgangs-Hb normaal is. Bij een acute
bloeding gaan erytrocyten en plasma in gelijke onderlinge verhouding verloren.
Laboratoriumonderzoek zal in dat geval een normaal hemoglobinegehalte tonen. Bij
transfusie van meerdere eenheden erytrocytenconcentraat ook plasma transfunderen,
volgens lokaal protocol
- Bij hemodynamische stabiliteit individualiseren van de drempel voor transfusie
op
basis van gevonden pathologie en weefselhypoxie.
- Erytrocytenconcentraat niet bij Hb > 6,0 mmol/l.
- Erytrocytenconcentraat wel bij Hb < 4,0 mmol/l en bij ernstig zieke patiënten met
Hb < 4,5 mmol/l (streef-Hb tussen 4,5 en 5,5 mmol/l. Let op: streef-Hb bij varicesbloedingen
niet hoger dan 5 mmol/l.
- Bij gebruik van coumarines antistolling couperen met vierfactorenconcentraat of
FFP, bij hemodynamische instabiliteit of bij een INR > 1,4. Correctie van de coagulopathie
mag echter niet leiden tot vertraging van de scopie, tenzij de INR in de supratherapeutische
range is. Endoscopische therapie lijkt veilig bij INR < 2,5. zie verder protocol couperen antistolling
- Bij gebruik van acetylsalicylzuur kunnen de effecten worden gecoupeerd wanneer er
sprake is van een massale bloeding. (Bij gebruik van acetylsalicylzuur/NSAID's kan het geven van thrombocytenconcentraat (5 donoreenheden)
of Minrin® 0,3 mg/kg in 100 cc NaCl 0,9% in 30 min i.v. of tranexaminezuur 4 dd 1 gram i.v. overwogen
worden.
- Bij gebruik Plavix® en acetylsalicylzuur i.v.m. coronairstent altijd overleg cardioloog!!
- Op iedere 4 EH erythrocytenconcentaat tenminste 500 cc 0,9% NaCl toedienen
- Op iedere 6 EH erythrocytenconcentraat 2 EH FFP toedienen
- Bloedplaatjestransfusie op geleide thrombocyten gehalte.
- Indien patiënt met hoog risico recidiefbloeding
(afhankelijk Forrest-classificatie) : chirurg en (interventie)radioloog in consult!
Hoge Tractus Digestivus Bloeding :
- Diagnostiek :
- Altijd oesofagogastroduodenoscopie bij voorkeur met een endoscoop met groot werkkanaal (afhankelijk ernst bloeding).
- Bij massale bloeding of hemodynamische instabiliteit : endoscopie na stabilisatie.
- Bij hemodynamische stabiliteit en inschatting van niet-bedreigende bloeding endoscopie
binnen 24 uur, indien klinisch relevant.
- Indien geen focus voor bloeding wordt gevonden bij oesophago-gastro-duodenoscopie en ook geen bloed in de bovenste tractus digestivus wordt aangetroffen moet colonscopie met darmvoorbereiding plaats te vinden. Indien dat ook geen focus van bloeding opleverd is de volgende stap een videocapsule. Bij ernstige hemodynamische instabiliteit moet in eerste instantie voor een angio-CT gekozen worden, eventueel gevolgd door een spoedangiografie met interventie.
- Bij alle patiënten met een ulcusbloeding moet worden getest op de aanwezigheid
van Helicobacter pylori-infectie. Indien H. pylori-infectie aanwezig is dient eradicatietherapie
te worden gestart volgens de lokale richtlijn. Let op: het testen op H. pylori
en het vervolgens starten van eradicatietherapie wordt vaak vergeten! Het succes van
de H. pylori-eradicatie dient altijd te worden bewezen bij gecompliceerd ulcuslijden,
alvorens onderhoudsbehandeling met een PPI kan worden gestopt.
- Een negatief H. pylori-testresultaat verkregen tijdens de acute bloeding moet
worden herhaald. De sensitiviteit van histologie, kweek en rapid/urease (CLO-)testen
is laag als er een recente bloeding is geweest. Biopten genomen tijdens de acute bloeding zijn 25-55% van
de testen fout-negatief.
- CT-scan met intraveneus contrast kan worden overwogen bij manifeste hoge tractus
digestivusbloeding en niet-succesvolle endoscopische interventie.
- CT-scan met intraveneus contrast bij ernstig instabiele patiënt met in de voorgeschiedenis
een centrale vasculaire reconstructie; verdenking aorto-enterale fistel,
endoscopisch aangetoonde hemobilie of hemosuccus pancreaticus.
- Therapie bij (verdenking) ulcusbloeding of een bloeding uit een oesofagitis :
- Starten met
een oplaaddosering esomeprazol (Nexium®) of omeprazol van 80 mg i.v. en daarna 8 mg per uur via een
perfusor gedurende 3 dagen. Na drie dagen, indien de patiënt weer oraal wat mag
gebruiken, esomeprazol (Nexium®) of omeprazol 2dd 20 mg per os.
- Endoscopische behandeling van de ulcera in ieder geval
geïndiceerd indien classificatie IIb of hoger (Forrest
classificatie). (De beschikbare interventies zijn : injectietherapie met
adrenaline 1:10.000 liefst in vier kwadranten 10-20 cc of meer,
Hemoclips bij visible vessel, coagulatie Gold-probe). Indien mogelijk tenminste twee interventie methoden toepassen.
- Overweeg 3 mg/kg erythromycine i.v. 20-30 minuten
voorafgaand aan de endoscopie om beter zicht te krijgen
- Indien ook na een tweede endoscopische interventie geen hemostase kan worden verkregen is de volgende stap een angiografische interventie. Indien dat niet mogelijk is of niet succesvol dan is een chirurgische interventie geïndiceerd.
- Overweeg een second-look endoscopie bij een hoog
risico voor recidief (Forrest Ia), of bij twijfel of de bloeding gestopt
is. Een tweede interventie dientaltijd sterk overwogen te worden bij een
recidief bloeding.
- Bij patiënten die lage dosis ASA gebruiken en een acute ulcusbloeding ontwikkelen,
moet ASA zo spoedig mogelijk worden herstart wanneer het risico op cardiovasculaire
complicaties groter is dan het risico op een recidiefbloeding. Data van gerandomiseerde
gecontroleerde onderzoeken suggereren dat het vroeg herstarten van ASA of
clopidogrel om cardiovasculaire complicaties te voorkomen opweegt tegen het gastrointestinale
risico. Bij gecombineerd gebruik van ASA, clopidogrel en/of coumarines
heeft het de voorkeur coumarines te stoppen en eventueel te couperen, clopidogrel
te staken (alleen in overleg met cardioloog!!) en ASA te continueren, of andersom. Bij de
keuze kan het ulcerogene effect van ASA en de dagen aanhoudende ASA-gerelateerde
trombopathie
worden meegewogen. De onderbroken therapie met anticoagulantia wordt weer herstart, zoals hierboven beschreven.
- Therapie bij varicesbloeding :
- stabiliseren met octreotide intraveneus
: 50µg i.v. als bolus, daarna 50 µgi.v. per uur gedurende 5 dagen of terlipressine 2mg/4 uur i.v. gedurende 24 uur en daarna 6dd 1mg i.v. gedurende 4-5 dagen (terlipressineacetaatoplossing ampul 0,85 mg = 1 mg terlipressine). Indien geen snel effect :
rubberband ligatie of in uitzonderlijke gevallen endoscopische sclerotherapie met Aethoxysclerol® in acute fase of Sengstaken-Blakemore®-tube. Indien de bloeding klinisch stopt semi-electief
rubberband ligatie.
- In principe starten met antibiotische profylaxe :
norfloxacin 2dd 400 mg gedurende 7 dagen
- Na de acute fase: secundaire preventie met propanolol
2dd 40-80 mg, steven naar polsfrequentie in rust van 50-60 per minuut.
- Bij levercirrose starten met lactulose 3dd 30 cc per os
- Bij bloedende fundusvarices is behandeling met
histoacryl injecties in de varix geïndiceerd (zie
protocol)
- Bij falen endoscopische therapie kan TIPS
(transjugulaire intrahepatische portosystemische shunt) overwogen worden (overleg LUMC)
Lage Tractus Digestivus Bloeding
- Verder diagnostisch beleid in onderling overleg. Bij
dit type bloedingen is haemodynamische instabiliteit een minder vaak
voorkomend. Endoscopisch onderzoek middels colonscopie kan daarom
semi-electief na adequate voorbereiding plaatsvinden. Colonscopie zonde
adequate voorbereiding is zinloos. Rectoscopie ter uitsluiting bloeding uit hemorrhoïden kan wel zinvol zijn.
- Klinische indeling :
- Patiënten met een milde bloeding die spontaan stopt (75-90% van de gevallen). Bij deze patiëntencategorie is een electieve colonscopie geïndiceerd.
- Patiënten met chronisch intermitterend bloedverlies. Bij deze patiëntencategorie is een electieve colonscopie geïndiceerd
- Patiënten met een kortdurende heftige bloeding met hemodynamische instabiliteit,
die weer spontaan stopt. Tussendoor is er geen bloedverlies. Coloscopie met spoed of
semi-electief na adequate voorbereiding lijkt de beste diagnostisch optie.
- Patiënten met een continue actieve bloeding: coloscopie al of niet aangevuld met
angio-CT of klassieke angiografie. Alleen bij
patiënten met massale ernstige bloeding kan een spoedinterventie geïndiceerd zijn
middels angiografie. Met angiografie kan de bloedingsplaats worden gelokaliseerd en
kan direct inteventie worden toegepast.
Bij iedere hoge of lage tractus digestivus
bloeding waarbij het niet gelukt om patiënt haemodynamisch te stabiliseren
dient spoedoverleg plaats te vinden tussen de dienstdoende internist, de
dienstdoende endoscopist, de dienstdoende chirurg en de dienstdoende radioloog over het verdere
diagnostische en therapeutische beleid
- Altijd bij aorto-enterale fistel. (wel eerst CT-scan,
scopie ter uitsluiting andere diagnosen het liefst op de OK of ICU)
- Ernstige hemorrhoïden bloeding (Barron ligatie)
- Bij falen of onmogelijkheid endoscopische en radiologische interventie. Bij onduidelijkheid bloedingsfocus eventueel scopie durante operationem.
MAL 10-2000, revisie 12-2001, tweede revisie 01-2006, derde revisie 08-2011
Zie ook Protocol NIV/Genootschap van MDL-artsen versie 2010. De richtlijn van deze website is aan het NIV/MDL protocol ontleend evenals de algoritmes. Voor volledige protocol : Richtlijn_bloedingen_webversie_2010_MDL-NIV.pdf