Definitie:
Elke ongewenste reactie of bijverschijnsel
tijdens of na toediening van bloedproducten.
- Transfusie staken indien:
- temperatuurstijging > 2 ºC
-
koude rilling
-
tachycardie, hypotensie of anurie
-
onrust, pijn op de borst of in de lendenen
-
kortademigheid of wheezing
Symptomen acute HTR (tijdens of < 24 uur na
transfusie):
- koorts en/of koude rilling
-
onrust
-
pijn op de borst en/of in de rug
-
tachycardie en/of hypotensie
-
oligurie of anurie
-
LDH stijging/ haptoglobine daling/ DIS
Oorzaak:
- verkeerde transfusie (ABO incompatibel),
irregulaire antistoffen: anti-Rh, anti-Kell etc.
Symptomen vertraagde HTR:
- treden na 7 - 15 dagen op;
dezelfe of milder als bij acute HTR, tevens meestal Hb daling, eventueel
icterus.
Oorzaak:
- boosterproductie van eerder niet aantoonbare
irregulaire antistoffen als gevolg van de laatste transfusie.
Diagnostiek: (zowel voor acute als voor vertraagde HTR)
- bloedgroeppatiënt/donor herhalen
-
kruisproef herhalen
-
directe Coombstest
-
bepaling irregulaire antistoffen vóór en na transfusie
-
Hb, leuco diff., billirubine, LDH, kleur van het serum
-
urine: vrij Hb
-
op indicatie: fibrinogeen, FDP's
Beleid:
- Transfusie staken: zak + compleet systeem aseptisch
afkoppelen en naar bloedbank sturen.
-
Bloedbank waarschuwen.
-
Pols, tensie en temperatuur bepalen. Eventueel anafylactische shock behandelen.
-
Indien geen anurie, diurese opgang houden met NaCl 0,9%, streven naar diurese
100 ml/uur, zonodig furosemide i.v. toedienen.
-
Bij oligurie/anurie 100 ml mannitol 20% toedienen.
-
Bij persisterende anurie handelen als bij acute tubulus necrose.
Symptomen:
- koorts (temperatuursstijging van > 2 ºC)
en/of koude rillingen tijdens of tot 24 uur na transfusie waarbij hemolyse is
uitgesloten.
Oorzaken:
-
antistoffen tegen leucocyten (HLA of NA (neutrophil antigens)
-
pyrogenen
-
bacterieel besmet bloed
-
cytokines
Diagnostiek:
- Kweken donorbloed en patiëntenbloed.
Eventueel analyse HLA en NA antistoffen.
Beleid:
-
Transfusie staken: zak + compleet systeem aseptisch afkoppelen en met nieuw
afgenomen patiëntenbloed naar de bloedbank sturen.
-
Bij verdenking op infectie (persisterende of recidiverende shock) behandelen als
sepsis met gram negatieve en gram positieve bacteriën.
-
Bij verdenking leukocytenantistoffen antipyretica (paracetamol, pethidine 25 -
50 mg)
Profylaxe:
- Leucocyten gedepleteerde
erythrocytenconcentraten na 2 of meer FNHTR's
- Symptomen: acuut of na enkele uren
-
Jeuk, exantheem en/of urticaria
-
Quincke's (glottis) oedeem
-
Bronchospasme
-
Diarrhee
-
Anafylactische shock
Oorzaak:
- Antistoffen bij donor of ontvanger tegen
plasma-eiwitten.
Beleid bij ernstige reactie
-
Transfusie stoppen
-
Clemastine 2 mg i.v.
-
Prednisolon 25 mg i.v.
-
Zo nodig adrenaline
-
Shock bestrijden
-
Stolbloed naar bloedbank voor bepaling serum IgA
Bij milde reactie (alleen huid reactie):
-
Transfusie stoppen, clemastine 2 mg i.v. Daarna onder controle transfusie
hervatten.
FCL 2-2000, opnieuw geaccordeerd 11-2001