- Deze ontstaat door een acute reactie op een antigeen. Het mechanisme is een
acute antigeen-antilichaamreactie met vrijkomen van grote hoeveelheden
histamine, kininen, etc. Een anafylactoïde reactie berust niet op een
antigeen-antilichaamreactie, maar is niet van echte anafylaxie te onderscheiden.
- De ernst van de reactie, en daardoor de prognose, hangen in grote mate af van
het tijdstip tussen de provocatie en de acute reactie; dit bedraagt soms niet meer dan
enkele tientallen seconden. Toch komen ook na enkele uren nog ernstige reacties voor,
bijvoorbeeld glottisoedeem. De meeste dodelijk aflopende reacties beginnen
binnen de 10 minuten.
- Acute bronchospasmen, met oedeem van de slijmvliezen van de luchtwegen.
- Gegeneraliseerde capillairdilatatie met veel vochtverlies uit de bloedbaan
naar de weefsels, met als gevolgen erytheem en glottisoedeem.
- Acute verstoring van de vasomotorische regulatie met
tachycardie hypotensie, en soms
bewustzijnsverlies.
- Braken.
- Psychische onrust.
- Patiënt neerleggen met het hoofd opzij, als bij alle acute situaties.
Ademwegen vrijhouden, O2 klaar hebben, intraveneus infuus
aansluiten.
- Zo snel mogelijk adrenaline (1 mg/ml) liefst intraveneus in ongeveer 2 minuten
0,1-0,2 mg, eventueel herhalen tot maximaal 1 mg.
- 200-400 mg onveresterd hydrocortison in 200-400 ml NaCl
0,9%, snel infuus.
- Een antihistaminicum (bijvoorbeeld clemastine (Tavegil®) 2 mg intraveneus.
- In geval het toepasbaar is (bijvoorbeeld na im- of subcutane injectie) verdere
aanvoer van het antigeen verhinderen, bijvoorbeeld een tourniquet proximaal rond
arm of been als daar injectie was gegeven.
- Bij glottisoedeem etc.: intubatie, zo nodig tracheotomie.
- Alle overgevoeligheden aan patiënt mededelen en schriftelijk op de bekende
kaart meegeven.
- Toediening van antisera goed vastleggen; een goede immuunstatus handhaven
(tetanus).
- Bij desensibilisatie: steeds alles klaar hebben voor de therapie (adrenaline,
hydrocortison voor iv-gebruik, O2, Mayotube).
- Injecties liefst geven terwijl er in de onmiddellijke nabijheid iemand is om
extra hulp te verschaffen.
- Na een desensibilisatieinjectie de patiënt steeds ten minste15 minuten onder supervisie
houden.
AKO 2-2006, 10-2011