Kalium is een elektrolyt welke het lichaam opneemt uit het voedsel, opslaat in de cellen en uitscheidt via voornamelijk urine. Een storing in de kaliumhuishouding kan op ieder van deze niveaus ontstaan. Hyperkaliemie kan een levensbedreigende aandoening zijn, mn als het K > 7 mmol/l is. Therapie is gericht op het verlagen van de drempelpotentiaal, de bevordering van de shift van extra- naar intracellulair en het beperken van de opname volgens onderstaand schema.
De normaal waarden van kalium in het serum liggen binnen nauwe grenzen. Van de totale voorraad kalium in het lichaam (50-55 mmol/kg lichaamsgewicht) bevindt zich het merendeel intracellulair, terwijl slechts 4.0-4.5 mmol/l in de extracellulaire vloeistof aanwezig is (hooguit 2% van het totale lichaamskalium). De gemiddelde dagelijkse inname van kalium is 80-100 mmol per dag, een normale nier kan >200 mmol Kalium per dag uitscheiden.
Ernstige spierzwakte is een laat symptoom, en treedt meestal pas op bij een K>7.5 mmol/l, ten gevolge van het feit dat de rustpotentiaal gedaald is tot het niveau van de drempelpotentiaal.
Hartritme problemen treden op, in eerste instantie bij:
N.B. : De veranderingen op het ECG hebben geen duidelijke correlatie met de ernst van de hyperkaliëmie.
Anamnese en lichamelijk onderzoek
ECG
Astrup, Glc, Na, ureum en creatinine, Ca.
Afhankelijk van duidelijkheid over oorzaak: urine op kalium
In het algemeen geldt dat een kalium > 7.0 een noodsituatie is! Zeker bij ECG-afwijkingen dient een patient op de ICU te worden opgenomen.
Indien het kalium < 6.5 is en er geen ECG afwijkingen zijn kan alleen maatregel 3 voldoende zijn.
- 10 ml 10% calciumgluconaat of calciumlevulaat (crashkar) in 2-3 minuten onder ritmebewaking eventueel na 5 minuten herhalen, als het ECG niet normaliseert. Effect binnen enkele minuten, duur 30-60 minuten. CAVE: bij digoxine gebruik alleen bij ECG veranderingen geven, aangezien hypercalciemie de digoxinetoxiciteit kan doen toenemen.
- 50 ml Glc 50% met 20 EH insuline Actrapid in 30 minuten , gevolgd bij niet diabeten door een Glc 5% infuus om hypoglycemie te voorkomen. Hierdoor wordt de insulineproductie gestimuleerd en wordt de cellulaire Glc en K-opname versneld. Bij hyperglykemie evt alleen insuline Actrapid. Werkt binnen 15 minuten, max effect na 1 uur, duur effect 2-3 uur, daling kalium 1-2 mmol/l. Frequente controle van de glucosewaarden is geïndiceerd, zeker bij diabeten.
- (beta-2 agonisten: werking ip hetzelfde als insuline: toediening van 10-20 mg albuterol per neusspray, werking na 30 minuten. Effect is niet bij iedereen voorspelbaar).
- polystereensulfonaat (Resonium-A): 30 gram oraal of rectaal. Werkt als kationexchanger van Na/K. werking pas na enkele uren.
- Bij ernstige hyperkaliëmie altijd in combinatie met 1 en 2.
- Hemodialyse: als conservatieve maatregelen falen of bij ernstige nierinsufficiëntie. Cave rebound-effect postdialyse!
Calciumtoediening en glucose + insuline geven de meest voorspelbare resultaten. Frequente controle van het Kalium (in ieder geval iedere 2 uur) is altijd noodzakelijk.
ASC 09/2002, revisie 06/2006 laatste revisie 09/2011

Referenties: