- Voor de behandeling is van groot belang onderscheid te maken tussen acute en chronische hyponatriëmie:
- Acute hyponatriëmie: het serum Na is (waarschijnlijk) gedaald met een snelheid van meer dan 0,5 mmol/l/uur.
- Chronische hyponatriëmie: het serum Na is (waarschijnlijk) gedaald met een snelheid van 0,5 mmol/l/uur of minder.
|
|
Dit kan zich alleen voordoen wanneer de Na concentratie gemeten wordt in het totale plasma en niet in het water deel van het plasma zoals in het Rijnland ziekenhuis gebeurd.
- hyperlipidemie
- hyperproteïnemie
- post TURP
- hyperglycemie
- na mannitol toediening
- verlies via de huid (transpireren, brandwonden, cystic fibrose)
- gastro-intestinaal verlies (braken, via sonde, fistels, ileus, diarree)
- renaal verlies (diuretica, osmotische diurese, hypoaldosteronisme, 'salt losing' nefropathie, postobstructieve diurese, nonoligurische acute tubulus necrose)
- primaire polydipsie (psychogeen)
- excessieve toediening hypotone vloeistoffen (glucose 5% infuus m.n. bij SIADH, post OK, of exogene ADH toediening)
- SIADH (neuropsychiatrische aandoeningen, medicamenteus, pulmonale aandoeningen, postoperatief, maligniteiten, ideopatisch)
- exogene ADH toediening (DDAVP, oxytocine)
- glucocorticosteroid tekort
- hypothyreoidie
- chronische nierinsufficientie
- decompensatio cordis
- levercirrhose
- nefrotisch syndroom
door bepaling van de serum en urine osmolaliteit, de urine Na concentratie, nierfunctie en het zuur-base evenwicht kan de differentiaal diagnose beperkt worden echter om tot een diagnose te komen is de anamnese (setting) en lichamelijk onderzoek van groot belang.
Betreft het een asymptomatische patiënt en is er geen hypovolemie dan is alleen vochtbeperking van 1 liter per 24 uur en de behandeling van de oorzaak van de hyponatriëmie nodig.
Betreft het een symptomatische patiënt dan moet eerst bepaald worden of de hyponatriëmie snel (acuut) ontstaan is of langzaam (chronisch).
De behandeling van een symptomatische patiënt dient bij voorkeur op de Intensive Care of Medium Care plaats te vinden.
Bij een patiënt die van buiten het ziekenhuis komt doet zich dit vrijwel uitsluitend voor bij primaire (meestal psychogene) polydipsie en cerebraal zout verlies. Bij opgenomen patiënten komt dit vrijwel uitsluitend voor bij cerebraal zout verlies, bij excessieve toediening van hypotone vloeistoffen en/of bij exogene ADH toediening. In alle gevallen moet de oorzaak voor zover mogelijk worden weggenomen en een snelle correctie van de hyponatriëmie worden nagestreefd d.m.v. toediening van NaCl 3% 200 ml/uur. Streef naar een correctiesnelheid van ca. 2 mmol/l/uur tot de symptomen van de patiënt verbeteren of tot een maximale correctie van het serum Na van 10-12 mmol/l/24 uur is bereikt of tot een Na van ca. 125 mmol/l . Controleer elk uur het serum Na.
De behandeling van de hyponatriëmie hangt af van de volume status van de patiënt. De correctiesnelheid mag in geen enkel geval groter zijn dan 5 mmol in de eerste 8 uren en niet meer dan 8 mmol/l in de eerste 24 uur. Behandel de onderliggende oorzaak.
FCL 1-2001, Revisie FCL 1-2007, Revisie FCL 11-2011